Breda van Weleer: mysterieus bidprentje op Wereldmissiedag 1960

0

BREDA – Een gedicht met een groot verhaal over hoop, liefde en pijn? Over een bidprentje uit 1960.

DOOR RINIE MAAS

“Jouw pa is melkboer; jij hebt al je zilverpapier gratis”. Voor zijn enorme doos die hij mee naar school bracht zochten wij een reden. Hannes deed niet moeilijk. “Ik heb ze van onze klanten”, zei hij. In zijn geval waren het doppen zilveraluminum op een melkfles. Een doos vol zilverpapier. Daar kon je je vriendjes mee aftroeven op school. Op de katholieke Bredase scholen hadden de kinderen huiswerk. En ze kregen een wenk ook aan anderen te denken. Door onder meer het hele jaar zilver papier te sparen van repen chocola. Zo beseften we onze welvaart ten opzichte van de Missie.

Zilverpapier
Tal van onderzoeken zijn er geweest wat er met dat zilverpapier eigenlijk gebeurde. Het werd verkocht ter recycling aan zilverfabrieken in Europa; het leger kon er iets mee; berichtgeving ontregelen. Daar werkte de kerk niet aan mee. Maar wat gebeurde er doelmatig met het zilverpapier? Het is vele malen onderzocht en er is geen bron die daar een zinnig antwoord op kan geven. Een mentale aansporing voor de kinderen iets te doen vanwege een Westers teveel lijkt de meest reële optie. Zodat na de inzameling op school alles in hok voor oud papier terecht kwam.

1960
Wereldmissiedag 1960 stond in het teken van groot en klein. De volwassenen deden de drie Missiegenootschappen niet tekort. Er werd voor de ge-de-kolonialiseerde zending, zoals hij door de paus van Rome met nadruk naar voren werd gebracht, waarbij door de bisschoppen de universele strijd van de internationale kerk tegen rassenhaat werd toegelicht, f. 3.742.615 opgehaald. Maar met wereldmissiedag 23 okober 1960 is iets vreemds. Niet met de intentie en de interculturele theologie; een gedachtegoed dat de paters, broeders en zusters ter plekke al gauw als uitgangspunt hadden. “Het was goed om de vreugde van het evangelie te verkondigen maar…God was bij de Afrikanen, bij al zijn mensenschepselen met al zijn verschillende kleuren, groter dan dat éne katholieke geloof”.

Missieliefde
Met die overtuiging, die is geanalyseerd, zat het goed. Een onderzoek van de redactie van katholiek.nl onder wie de Bredanaar Jan Brouwers leidt tot de conclusie dat de bisschoppen Missieliefde synoniem achtten aan Strijd tegen rassenhaat. Het woord negro heeft, zoals zoveel archaïsmen pas later een bijkomstige lading, als de volksmond er iets negatief mee wil uitdrukken. De strijd tegen slavernij en onderdrukking van een volk is de strijd van ieder christen waarmee het onbegrip tegen het onderuit halen van nationale folklore een verklaring kan zijn. Kinderen echter op scholen hebben geen enkele moeite om te veranderen. En die zal er evolutiegewijs komen ook. Ook symbolen kunnen pijn doen. En als dat zo is doe er dan iets tegen. Vriendjes doen elkaar geen pijn.

Rassenhaat
Even deugdelijk is de nabeschouwing over Wereldmissiedag 1960 thematisch. “Wat op deze Wereldmissiedag nog eens met de grootste nadruk tot de wereld sprak, was het feit dat de kerk in de strijd tegen de rassenhaat op de voorste plaats staat. De rassenhaat was een van de hoofdoorzaken van de Tweede Wereldoorlog. Maar ook na die oorlog breekt deze afschuwelijke kwaal telkens weer door. Mensen worden beoordeeld of veroordeeld op de kleur van hun huid, de vorm van hun gezicht of naar de taal, die ze spreken”…Aldus een fragment uit een brief van de Missiewerken.

Aangrijpend
Het gedicht ‘Secret Prayers of an Ol Black Joe” van de 10 jaar geleden overleden dichter Zack Gilbert (1928-1997) ontroert en beroert. Hij schreef over het neger-zijn in kleine portretten en minidrama’s. Velen zijn er enthousiast over. De man heeft een naam. Paula op de EO radio zegt dat het gedicht haar aangrijpt. De dichter heeft ego op een gezonde manier. Hij heeft een oeuvre. De tekst op het bidprentje dat aan ons destijds, voor wie het zich kan herinneren in dat jaar 1960 is uitgereikt leidt tot zowel tot enthousiasme als bedenkingen. Ik was 12 jaar maar herinner me het bidprentje niet.

Verhaal
En ik kan niet ontkennen, weer met de ogen van nu, dat de tekst mij op het eerste oog wrevelig maakt. Het gedicht is een weemoedige zucht. Het is niet strijdlustig. Wanneer is het geschreven? Kon dat toen wel? Volgens de kenners van de poëzie is Gilberts stijl; fris, helder en bondig. Maar waar is de emancipatie; de eigenwaarde? De trots om donker te zijn? En dat moet toch niet waar zijn allemaal witte gezichten in die witbewolkte hemel? Ik herlees het gedicht. En zie dan de woorden waarom het gaat. “Een tweede hel en voor het geval dat”…die woorden moeten een klacht; een machteloze schreeuw zijn tegen de rassenhaat op aarde. Het is een diep ontroerend bidprentje!

Het bidprentje. FOTO ARCHIEF RINIE MAAS

Comments are closed.

Algemeen