Breda van Weleer: Wijsheden van Fonske ‘de kiekendief’

0

BREDA – Wijsheden van Fonske ‘de kiekendief’: Zes jongens volgen zijn verhaal. Het zijn: D’n Bess, de Tally, de Dan, de Knuppel, de Zware, de Gees en de Gespierde. Ze sieren zich welbewust als ‘de Pikkers’.

DOOR RINIE MAAS

De Pikkers hebben geleefd, gefuifd en gefeest. Ze hebben de verplichte zondagsmis bezocht. Maar als ze merken dat pastoor Doens niet toestaat dat ze een kaartje leggen kiezen ze voor ‘de Fatima’.

Oogst
De Pikkers, hebben allemaal hun eindexamen met lof gehaald. Ze hadden een Engelenblaadje. Een afgeleide van de Engelbewaarder op de lagere school. Maar wel met een andere inhoud. Oplage 8 stuks of zo. In het archief heeft men geen exemplaar. Wat erin heeft gestaan over fuiven, bier, meisjes, leraren en wereldzaken zou ons tot vermaak en lering wezen. Soms valt een wijsgerig woord. En De Pikkers worden geïnspireerd door literatuur en dat is het boek ‘Oogst’ van Stijn Streuvels. Oogst , Alma, Zonnetij, die verplicht worden gelezen. Maar deze verplichting hadden ze niet willen missen. Het harde werk met de pikhaak en de zeis op onmetelijke velden in Frankrijk, de zon, de hitte, de leute met de pikkersmeisjes, het gerstebier, de ruigte van het bestaan; eenbaarlijk slaan met de pikke, met gebogen rug en gestrekten hals, maanden aaneen. Het moet door zo’n mooi, groot werk te lezen tussen vier muren als een verlossing naar vrije verten door hen zijn verstaan.

Leeuwen
Welke jongen denkt aan de hitte die men heeft te verdragen. Aan achttien uur lange dagen? Een jonge jongen maalt niet om hard werk; hij davert van de dynamiek die een uitweg moet vinden. En onverdeeld schept hij groot genoegen in het scherpe vergelijk dat Streuvels maakt in De Werkman: “Wanneer een schooljongen primus wordt wordt heel het dorp bevlagd. De klokken luiden. De kanonnen schieten…De Pikkers trekken het land uit zonder trommel of fluit. Drie maanden lang wrochten ze ginder in de Franse velden als leeuwen, met heel hun lijf tegen de veelte van het koorn, dat anders zou blijven rotten bij gebrek aan kloeke armen”. Streuvels raakt snaren bij het clubje dat eeuwige vriendschap zweert… de school zeker.. . maar… ze zullen, elkaar getrouw, vooral Pikkers zijn!

Kaarten
Op hun reizen leggen ze aan bij de Engel. De Pikkers vieren de aankomst in hun favoriete staminee in de Sinjorenstad met pinten bier, afgewisseld met een onvervalst Hollands kaartspelletje: petoeten of pesten. “Toen heb jij nog een stok kaarten achterovergedrukt”, legt een der Pikkers Hans Talboom met genoegen Kees Schoenmakers ten laste. Hoe zat het echt? Kees wilde de stok kaarten betalen. “We trekken straks door. En we willen op d’n buiten nog klaverjassen; da’s het geld en de pré waard”, zegt Kees tegen Gust, de waard. Deze lacht voluit en zegt: “Voor nikske nie in de zak hè. Op de doodskop hebt ge gezworen unne Pikker te zijn. Da’s eel schoon. Nie, nie, ‘k wul geen geld, nie”.

Fonske
Het wordt hun stamkroeg. In hetzelfde café, dat tot de dag van vandaag op reis nimmer wordt overgeslagen, treffen ze Fonske. Ach, dat Fonske. Een echte Antwerpenaar. Een filosoof door geboorte in de Scheldestad. Hij wist dat door de mensheid alles al is gezegd en dat hij in de vorm iets nieuws toevoegt. Fonske groette immer zijn vrienden uit Breda. Met een verraste mompeling. “Ha, daor zen de Pikkers”. Geen woord-overtolligheid. De Pikkers heffen het glas en Fonske het zijne. Een mooie mens, Fonske. Met een niet te schatten leeftijd. Voor het oog tachtig. Maar met jeugd in de oude Adam. Het is waar dat regelmaat oud maakt. En dat leven leidde Fonske. Op een dag bepaalt het stadsbestuur dat op de Markt te Antwerpen de kippen niet meer los mogen lopen. Het zijn er rondom de kerk honderden en enkele hanen zorgen jaarlijks voor aanwas tot een aantal dat niet in stand kan worden gehouden. Ze afschieten stuit op verzet. Maar… ze andere plekken geven buiten de poort, dàt wil gedaan zijn. En dat heeft Fonske met liefde gedaan, dag in dag uit. Regelmaat!

‘Kiekendief’
“Vaste wedde, mooi werk vergelijk het met de beenhouwer”, placht hij te zeggen. Met Sinterklaas reden ze bij de arme mensen ’n levend kieken.”Antwerpen smulde er vier weken van”…Het café: “Gij had er àlle zondagen in de pan, Fonske”. “Allez, we moeten leven he”. De bestuurders beloonden hem. Decoratie voor ‘40 jaar kiekendienst’. In 1956 brengen de Pikkers een bezoek aan de wereldtentoonstelling. Nachtwerk! Jan Besselink moet op tijd dag bij de mariniers zijn. Hij wordt gered door zijn makkers. Als men Fonske vraagt wat hij in z’n leven gedaan heeft zegt hij: “Ik waar unne kiekendief, gelijk zij unne pikker”. En zo verlaten de Pikkers zonder trommel en fluit eendrachtelijk Antwerpen. Met riem onder het hart van Fonske!

De Pikkers. FOTO IRVIN TALBOOM

Comments are closed.

Algemeen